Iemand trok zich steeds terug en stond dan weer voor je neus. Wat gaf de doorslag om te blijven, of om te gaan?
Lange gesprekken en plannen voor het weekend, dan een week met antwoorden van één woord, en dan terug alsof er niets was. De een wachtte het af, de ander vroeg gewoon waar ze stonden, en weer een ander stopte ermee.
