
Angst en somberheid
11 vragen, ongeveer 2 minuten
Iedereen maalt weleens. De vraag is hoe vaak het terugkomt en hoe lang het blijft zitten. Hier zie je twee dingen: hoe lang fouten en twijfels in je hoofd blijven hangen, en hoeveel je over jezelf nadenkt. Die twee lijken op elkaar, maar ze staan los van elkaar.

Of begin meteen met de eerste vraag
Ik denk graag na over mezelf en over hoe mijn leven loopt.
Denk aan een gewone week en kies het antwoord dat past.
Vraag 1 van 11
Ik denk graag na over mezelf en over hoe mijn leven loopt.
Pieker ik te veel?
Grijs vlak: waar de meeste mensen zitten.
Vergeleken met een groep volwassenen in Oregon, in de VS, die de vragen in de jaren negentig invulden.
Grijs vlak: waar de meeste mensen zitten. Stip: jij.

Angst en somberheid

Persoonlijkheid en zelfbeeld
Een mail die je te snel verstuurde, een gesprek dat stroef liep, een keuze waar je nog steeds aan twijfelt: zoiets blijft bij iedereen weleens hangen. Bij de een is het na een nacht slapen weg, bij de ander komt het een week later nog terug, ook als er allang niets meer aan te doen valt.
Je uitslag laat zien hoe je jezelf nu beschrijft, naast een groep andere mensen. Hij zegt niet of je zorgen terecht zijn, en ook niet of er iets met je aan de hand is. Hoe lang gedachten blijven hangen is een gewone eigenschap waarin mensen verschillen, net als hoe netjes of hoe spontaan iemand is.
Je zou denken dat wie veel over zichzelf nadenkt, ook veel maalt. In de groep waarmee je hier wordt vergeleken, klopte dat nauwelijks. Of iemand hoog of laag uitkwam op het ene, zei bijna niets over het andere.1 Je kunt dus heel veel over jezelf nadenken en toch snel loslaten. Of andersom: weinig met jezelf bezig zijn en een fout toch dagen meeslepen.
Een ander onderzoek vond hetzelfde verschil in het gewone leven van mensen. Een week lang kregen 93 volwassenen acht keer per dag een seintje om in te vullen waar hun gedachten zaten en hoe ze zich voelden. Daarnaast vulden ze een vragenlijst in over hoe ze gewoonlijk met hun gedachten omgaan. Wie daarin vooral tobde, voelde zich die week gemiddeld somberder. Bij rustig nadenken over waarom iets zo liep, was dat niet zo.2
Het werkte in dat onderzoek ook twee kanten op: als mensen zich rot voelden, gingen ze daarna meer malen, en na het malen voelden ze zich nog wat slechter.2 Vul je de vragen in na een paar sombere dagen, dan kan je stip dus verder richting malen schuiven dan in een week waarin je je goed voelt.
De groep waarmee je wordt vergeleken lijkt niet erg op jou. Het zijn ruim 600 volwassenen uit twee steden in de Amerikaanse staat Oregon, die de vragen halverwege de jaren negentig invulden. Bijna allemaal hadden ze een eigen huis, bijna allemaal waren ze wit, en veel van hen waren van middelbare leeftijd of ouder.3 De Nederlandse zinnen hebben we zelf geschreven: van deze vragen bestaat geen officiële Nederlandse versie.4
Neem de zin “Ik sta lang stil bij fouten die ik heb gemaakt.” In de vergelijkingsgroep vonden ongeveer 4 op de 10 mensen dat die bij hen paste, en nog eens 1 op de 10 koos het midden.1
Bij een zin als “ik probeer te snappen waarom ik doe wat ik doe” lag het heel anders: daar zeiden bijna 9 op de 10 mensen ja.1 Hetzelfde antwoord kan dus bij de ene vraag heel gewoon zijn en bij de andere juist opvallen.
Let ook op hoe je zelf antwoordt. Bij alle vijf de vragen over blijven hangen geeft “klopt” een hogere uitslag, dus wie bij twijfel snel instemt, schuift vanzelf naar de malende kant. Die vragen zijn oorspronkelijk gemaakt als stukje van een algemene persoonlijkheidslijst, niet als piekertest. Zie je stip dus als een ruwe schatting: anders antwoorden op één of twee vragen kan hem een flink stuk verplaatsen.1, 4
Terugdenken is lang niet altijd zinloos. Wie een fout nog eens doorloopt, ziet soms wat er de volgende keer anders moet. Een groot overzicht van onderzoek naar steeds terugkerende gedachten laat zien dat ze kunnen helpen om een nare gebeurtenis te verwerken en om je voor te bereiden op wat komt.5
Of het je helpt of juist vastzet, hangt volgens datzelfde overzicht vooral af van het soort vraag dat je jezelf stelt. “Wat gebeurde er precies, en wat kan ik nu doen?” brengt je meestal verder. “Waarom overkomt mij dit altijd?” en “wat zegt dit over mij?” houden je vaker vast, zeker vlak na iets naars.5
Wat het je het vaakst kost, is slaap. In tientallen onderzoeken bij gewone volwassenen, dus niet bij mensen in behandeling, sliepen mensen die meer maalden gemiddeld slechter.6 Dat verband was het sterkst als mensen zelf opschreven hoe ze sliepen, en zwakker als een apparaatje om hun pols het mat.
Forum: Angst en somberheid. Bekijk op het forum
Voorlopig kun alleen jij hem zien. Wil je hem openbaar maken? Vul een gebruikersnaam en je e-mailadres in. Je e-mailadres laten we nooit zien, en je krijgt een link om te bevestigen.