Helpt therapie echt?
Je gaat al maanden en weet nog steeds niet of het iets doet. Wat onderzoek daarover zegt, en wat je kunt doen als het niet klikt met je psycholoog.
Kort gezegd
Ja, bij veel mensen, al is dat bij minder mensen dan je misschien hoopt. In grote onderzoeken naar depressie knapten mensen in therapie na ongeveer twee maanden ruim twee keer zo vaak duidelijk op als mensen die wachtten of de gewone zorg kregen. Welke soort therapie je krijgt, maakt daarbij weinig uit. Hoe goed het klikt met je behandelaar, hangt wel samen met hoe het afloopt.

Een collega stuurt je een link, zonder uitleg erbij. De kop: “Psychotherapie werkt niet.” Het is januari 2026 en het stuk staat in NRC.1 Jij gaat al een paar maanden om de week naar een psycholoog. Je leest de kop nog een keer, en daarna kijk je naar de afspraak van donderdag in je agenda.
NRC paste die kop later aan. Het werd: “Mensen die psychotherapie krijgen knappen er meestal niet van op”.1 Dat klinkt al minder hard, maar het is nog steeds een zin die blijft hangen als je zelf in therapie zit, of erover twijfelt.
Dit debat speelt al jaren
De discussie is niet nieuw. In mei 2020 stonden relatie- en gezinstherapeut Flip Jan van Oenen en psychotherapeut Kirsten Hauber er al tegenover elkaar in de Volkskrant. Zij zei: “Zo’n 60 procent van de patiënten knapt ervan op.” Hij zei dat de helft van die mensen ook zonder hulp was opgeknapt.2
Op de kop van dit jaar kwam meteen kritiek. De Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie (NVP) noemde hem “misleidend maar ook schadelijk”.1 Het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) schreef dat psychotherapie “geen wondermiddel” is en “niet voor iedereen” werkt, maar dat een flink deel van de mensen er duidelijk beter van wordt. Het NIP was vooral bang dat mensen door zulke koppen de moed opgeven en geen hulp meer zoeken.3
Met therapie knappen meer mensen op dan met wachten
Wie na tien gesprekken opknapt, weet niet zeker of het door de gesprekken kwam. Misschien was het ook vanzelf wat beter gegaan. Daarom vergelijken onderzoekers mensen in therapie met vergelijkbare mensen die geen therapie krijgen.
Bij depressie is dat heel vaak gedaan. Onderzoekers legden honderden onderzoeken naast elkaar waarin het lot besliste wie therapie kreeg en wie niet. Na ongeveer twee maanden waren bij ongeveer 4 op de 10 mensen in therapie de klachten minstens gehalveerd. Bij mensen die op een wachtlijst stonden of de gewone zorg kregen, was dat iets minder dan 2 op de 10 mensen.4
Het verschil is dus echt, maar niet groot. Dat ligt niet ver van wat Van Oenen in 2020 zei: de helft van wie opknapt, was ook zonder hulp beter geworden. Over het gat zelf zijn de critici en de onderzoekers het dus grotendeels eens. Ze trekken er alleen een andere les uit.
Je kunt het lezen als “de meeste mensen knappen er niet van op”, en dat klopt. Je kunt ook kijken naar wat het je oplevert als je begint. Van elke 4 mensen die beginnen, knapt er 1 op die anders met dezelfde klachten was blijven rondlopen. Pillen tegen psychische klachten doen gemiddeld niet meer: bij volwassenen hielpen praten en medicijnen ongeveer even goed, en allebei bescheiden.5
Stel: 10 mensen met een depressie beginnen aan therapie. Bij hoeveel van hen zijn de klachten na twee maanden vrijwel helemaal weg?
Doe eerst een gok.
Deze vraag komt uit hetzelfde grote overzicht van onderzoeken. “Vrijwel klachtenvrij” is strenger dan “duidelijk opgeknapt”, dus het aantal ligt lager dan die 4 op de 10. Dit gaat vooral over depressie en de eerste maanden; over de lange termijn weten we minder.4
Nog weinig verschil na een paar maanden? Bespreek het met je behandelaar
Merk je na een paar maanden nog weinig verschil, dan zit je in de grootste groep. Bij de meeste mensen met een depressie zijn de klachten na zo’n twee maanden therapie nog niet gehalveerd.4 Dat zegt nog weinig over wat bij jou wel kan werken.
Bij de afspraak van donderdag kun je vragen hoe jullie allebei merken of het beter gaat. Behandelaars die de voortgang onderweg bijhouden, zien eerder dat het de verkeerde kant op gaat en kunnen dan bijsturen.6 Spreek ook af wanneer jullie samen terugkijken. Na ongeveer twee maanden is een logisch moment, want rond die tijd meten de meeste onderzoeken of iemand is opgeknapt.4
Klikt het niet met je behandelaar, zeg dat dan. Je kunt vragen of iemand anders in de praktijk plek heeft, of je huisarts om een nieuwe verwijzing vragen. Een goede band gaat vaak samen met een betere afloop, dus het is geen klein punt.7
Ook je huisarts of de praktijkondersteuner ggz (POH-ggz) kan meedenken over wat er nog meer kan, zoals medicijnen. Die helpen gemiddeld ongeveer even goed als praten.5 Bij depressie werkten medicijnen en praten samen beter dan alleen medicijnen, maar niet duidelijk beter dan alleen CGT, een veelgebruikte vorm van gesprekstherapie.8 Of medicijnen bij jou passen, bespreek je met een arts.
Bij depressie werken CGT en andere gesprekstherapie ongeveer even goed
Een vorm die je vaak tegenkomt, is cognitieve gedragstherapie, kortweg CGT. Daarin leer je anders kijken naar je gedachten en anders omgaan met wat je vermijdt. Geen vorm is bij depressie zo vaak onderzocht: de helft van alle onderzoeken gaat erover.9 Dan zou je verwachten dat het ook het beste werkt.
Toch is dat bij depressie niet zo. CGT helpt goed, ook na een halfjaar tot een jaar nog. Maar tegenover andere vormen van gesprekstherapie was het verschil zo klein dat het in de meeste berekeningen wegviel.8 Ook als je vijftig jaar onderzoek bij elkaar legt, werkt CGT niet per se beter dan andere vormen.9
Wat wel steeds terugkomt, is de band tussen jou en je behandelaar. Daarmee bedoelen onderzoekers of jullie het eens zijn over waar je naartoe werkt, en of je de ander vertrouwt. In honderden onderzoeken hing die band samen met hoe goed de therapie afliep. Dat gold bij allerlei soorten therapie, in allerlei landen, en net zo goed bij therapie via een scherm. Een goede band ging bijna nooit samen met een slechter resultaat.7
Een verband is nog geen bewijs. Misschien voel je meer klik met iemand omdat het al wat beter gaat, en niet andersom.
Wat er gebeurde toen onderzoekers CGT uit elkaar haalden, of alleen het luisteren overhielden, zie je in de video Wat is CGT? Is therapie betalen voor een luisterend oor?

Hoe goed therapie werkt, verschilt wel per probleem. Bij angst voor één bepaald ding, zoals spinnen of vliegen, en bij klachten na een schokkende gebeurtenis zijn de effecten groot. Bij psychose zijn ze kleiner.10
Moet je hulp per se van een psycholoog krijgen?
In Engeland zochten onderzoekers dat uit bij een paar honderd volwassenen met een depressie, in Devon, Durham en Leeds. De ene helft kreeg CGT van opgeleide therapeuten. De andere helft kreeg een eenvoudiger aanpak, gedragsactivatie: je gaat stap voor stap weer dingen doen die je door de somberheid had laten liggen. Die aanpak kwam van ggz-medewerkers met maar een korte opleiding. Om de twee weken bespraken ze hun werk met een ervaren therapeut.11
Na een jaar ging het met beide groepen even goed. Mensen met acute gedachten aan zelfdoding of met een psychose deden niet mee, dus over hen zegt dit onderzoek niets.11
Kun je door therapie ook achteruitgaan?
Ja, soms. Bij therapie voor depressie overkwam dat een kleine groep, en zonder therapie gebeurde het vaker. Therapie maakt die kans kleiner, maar niet nul.4
Stoppen komt vaker voor: van elke 5 mensen houdt er ongeveer 1 eerder op dan gepland. Dat gebeurt vaker bij jongere mensen en bij cliënten van behandelaars die nog in opleiding zijn. Het soort therapie maakte daarbij weinig uit.12
Bronnen (12)
- Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie (27 januari 2026). Nieuwsbericht over het NRC-interview van 22 januari 2026, met de eerste kop “Psychotherapie werkt niet” en de latere kop “Mensen die psychotherapie krijgen knappen er meestal niet van op”. www.psychotherapie.nl Terug naar de tekst
- De Volkskrant (mei 2020). Debat tussen Flip Jan van Oenen en Kirsten Hauber, overgenomen door Welingelichte Kringen (25 mei 2020): Voor veel mensen heeft psychotherapie geen enkel effect. www.welingelichtekringen.nl Terug naar de tekst
- NIP sectie GGZ (2026). Psychologen: uitspraken over psychotherapie verdienen zorgvuldige duiding. Nederlands Instituut van Psychologen. nip.nl Terug naar de tekst
- Cuijpers, P., Karyotaki, E., Ciharova, M., Miguel, C., Noma, H., Furukawa, T. A. (2021). The effects of psychotherapies for depression on response, remission, reliable change, and deterioration: a meta-analysis. Acta Psychiatrica Scandinavica, 144(3), 288-299. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Leichsenring, F., Steinert, C., Rabung, S., Ioannidis, J. P. A. (2022). The efficacy of psychotherapies and pharmacotherapies for mental disorders in adults: an umbrella review and meta-analytic evaluation of recent meta-analyses. World Psychiatry, 21(1), 133-145. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Lambert, M. J. (2013). Outcome in psychotherapy: the past and important advances. Psychotherapy, 50(1), 42-51. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Flückiger, C., Del Re, A. C., Wampold, B. E., Horvath, A. O. (2018). The alliance in adult psychotherapy: a meta-analytic synthesis. Psychotherapy, 55(4), 316-340. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Cuijpers, P., Miguel, C., Harrer, M., Plessen, C. Y., Ciharova, M., Ebert, D., Karyotaki, E. (2023). Cognitive behavior therapy vs. control conditions, other psychotherapies, pharmacotherapies and combined treatment for depression: a comprehensive meta-analysis including 409 trials with 52,702 patients. World Psychiatry, 22(1), 105-115. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Cuijpers, P., Harrer, M., Miguel, C., Ciharova, M., Karyotaki, E. (2025). Five decades of research on psychological treatments of depression: a historical and meta-analytic overview. American Psychologist, 80(3), 297-310. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Harrer, M., Miguel, C., van Ballegooijen, W., e.a., Cuijpers, P. (2025). Effectiveness of psychotherapy: synthesis of a meta-analytic research domain across world regions and 12 mental health problems. Psychological Bulletin, 151(5), 600-667. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Richards, D. A., Ekers, D., McMillan, D., e.a. (2016). Cost and Outcome of Behavioural Activation versus Cognitive Behavioural Therapy for Depression (COBRA): a randomised, controlled, non-inferiority trial. The Lancet, 388(10047), 871-880. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Swift, J. K., Greenberg, R. P. (2012). Premature discontinuation in adult psychotherapy: a meta-analysis. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 80(4), 547-559. Lees het onderzoek Terug naar de tekst



