Niet meer verliefd op je partner: kan het terugkomen?
Je vindt je partner nog leuk, jullie delen een huis en een verleden, en toch is de vonk weg. Wat dat meestal betekent, en wat jullie vaak weer dichter bij elkaar brengt.
Kort gezegd
Vaak wel. De eerste, wilde verliefdheid zakt bij bijna elk stel weg, maar ook na tien jaar huwelijk of langer is sterke romantische liefde helemaal niet zeldzaam. Samen nieuwe, spannende dingen doen helpt, en kleine momenten van aandacht elke dag lijken ook te helpen, tenzij dat vlakke gevoel eigenlijk komt door stress, een sombere stemming of oude pijn.

Je vindt je partner nog steeds leuk. Op een verjaardag schuif je vanzelf naast elkaar, je weet zonder te vragen hoe die ander de koffie drinkt, en als je partner iets overkwam, zou je er kapot van zijn. Maar als die ander thuiskomt, voel je eigenlijk niks. De kus bij het weggaan is een gewoonte geworden, net als even voelen of je je sleutels bij je hebt. Op een gegeven moment tikte je “niet meer verliefd op mijn man” in de zoekbalk, of op je vrouw, je vriend of je vriendin. En meteen daarna voelde je je schuldig.
Die duizelige fase waarin je alleen maar aan de ander kunt denken, gaat bij bijna iedereen voorbij. Op zichzelf zegt dat weinig over jullie toekomst. Een diepere romantische liefde, met verlangen en echte belangstelling voor elkaar, kan ook ruim na de eerste jaren blijven, en in proeven lukte het stellen om die weer te laten groeien. Onderzoekers vroegen een willekeurige groep getrouwde Amerikanen ernaar. Van de mensen die al meer dan tien jaar getrouwd waren, zei 4 op de 10 dat ze heel intens verliefd waren.1 In een tweede groep uit New York was dat ongeveer 3 op de 10.
Die langgetrouwde mensen hadden een paar dingen gemeen. Ze dachten positief over hun partner en dachten aan die ander als ze niet samen waren. Ze waren lief en aanhalig met elkaar en hadden nog seks. Ze deden samen nieuwe dingen waar een beetje uitdaging in zat, en ze waren in het algemeen redelijk gelukkig met hun leven.1 Dat laatste zie je snel over het hoofd als je juist voor je partner niets meer voelt.
Wat verdwijnt er, en wat kan blijven?
Verliefdheid in het begin heeft iets onrustigs en obsessiefs: steeds kijken of er al een appje is, in je hoofd steeds opnieuw horen wat de ander zei, een steek voelen als die te laat is. Twee Amerikaanse onderzoekers zetten het onderzoek op een rij en noemen dat onrustige randje typisch voor de beginfase. In lange huwelijken vonden ze romantische liefde zonder die onrust: sterke gevoelens, helemaal in elkaar opgaan, en verlangen naar elkaar.2
Toen ze 25 studies samen bekeken, ging die rustigere romantische liefde samen met gelukkigere relaties, zowel korte als lange. Met het onrustige randje lag het anders. Aan het begin van een relatie ging het samen met je gelukkiger voelen, maar in lange relaties juist met je minder gelukkig voelen.2 Dat je de vlinders in je buik mist, is dus heel gewoon, en ze terugkrijgen is eigenlijk niet waar het om gaat.
Het helpt ook om te weten hoe het bij de meeste stellen verloopt. Een onderzoeksteam bracht de gegevens van 165 groepen samen, met in totaal meer dan 165.000 mensen. Gemiddeld nam de tevredenheid over de relatie de eerste tien jaar af, was ze rond het tiende jaar het laagst, steeg ze tot ongeveer het twintigste jaar en zakte daarna weer wat. Als je naar leeftijd keek, lag het dieptepunt rond de 40, en of een stel kinderen had, maakte ook verschil.3 Ben je tien jaar samen en rond de 40, dan zit je dus ongeveer op het laagste punt van dat gemiddelde. En bij allebei ging het gemiddelde daarna weer omhoog.

Welke situatie herken je?
- Er is niks mis tussen jullie, het is gewoon vlak
- Alles voelt vlak, niet alleen je partner
- Er zit je nog iets dwars
- Je denkt dat het voorgoed weg is
Er is niks mis tussen jullie, het is gewoon vlak
Verveling is een van de meest voorkomende redenen, en een van de makkelijkste om aan te werken. Een Amerikaans onderzoeksteam liet lezers van een krant een vragenlijst invullen en ging ook met een enquête langs de deuren. Stellen die samen vaker spannende dingen deden, waren gelukkiger met elkaar. Verveling verklaarde een groot deel daarvan: stellen die samen minder spannends deden, verveelden zich meer in hun relatie en waren minder tevreden.4
Daarna haalde hetzelfde team stellen naar het lab en gaf hun samen een korte opdracht. Stellen die iets nieuws en een beetje spannends kregen, waren daarna positiever over hun relatie dan stellen met een saaie opdracht, terwijl die opdracht maar zeven minuten duurde.4 Ook onderzoekers die video’s van de stellen in gesprek beoordeelden, zagen het verschil.
In een later onderzoek werd het thuis geprobeerd. Iets meer dan 100 stellen werden door loting in twee groepen verdeeld. De ene groep kreeg ideeën voor spannende dingen om samen te doen, met de vraag om daar vier weken lang 90 minuten per week aan te besteden. De andere groep moest wachten. De eerste groep was daarna enthousiaster over elkaar en tevredener over de relatie, en vier maanden later was dat nog steeds hoger dan aan het begin.5
Spannend betekent hier: nieuw voor jullie allebei, een beetje uitdagend, en iets wat je zij aan zij doet. Het vaste eetcafé om de hoek telt niet. Samen op kookles, een fietstocht over een route die jullie niet kennen, stuntelend leren salsadansen of een weekend in een stad waar jullie allebei nog nooit waren, tellen wel.
Kleine dagelijkse momenten tellen ook mee. In een onderzoek werden 49 pasgetrouwde stellen gefilmd tijdens een etentje van tien minuten en tijdens een gesprek van 15 minuten over een onderwerp waarover ze het oneens waren. Stellen die aan tafel speelser en enthousiaster met elkaar omgingen, brachten meer humor en genegenheid mee in dat lastige gesprek.6 Het was een klein onderzoek, en zoals de onderzoekers zelf zeggen, kan het niet bewijzen wat de oorzaak is. Zij denken dat kleine dagelijkse momenten, zoals hoe je elkaar begroet of reageert op een losse opmerking, de basis leggen voor de grotere gesprekken.
Alles voelt vlak, niet alleen je partner
Stel jezelf één eenvoudige vraag: laat alleen je partner je koud, of bijna alles? Je hobby’s, je vrienden, muziek waar je vroeger dol op was, eten, seks in het algemeen?
Je interesse in bijna alles verliezen is een van de belangrijkste signalen van depressie. De Britse gezondheidsdienst NHS noemt onder meer: geen zin of interesse meer in dingen, nergens meer van genieten, minder zin in seks, en snel geïrriteerd zijn en weinig geduld hebben met anderen.7 Als je somberder wordt, merk je dat vaak het eerst bij degene die het dichtst bij je staat, want die zie je elke dag. Dan voelt het als “ik hou niet meer van mijn partner”, terwijl het eerder “ik voel bijna nergens meer iets bij” is.
Stress van buiten de relatie kan iets vergelijkbaars doen. Twee Amerikaanse onderzoekers volgden getrouwde stellen tijdens de eerste vier jaar van hun huwelijk. Stress van buitenaf, bijvoorbeeld op het werk of met geld, ging samen met een huwelijk dat slechter verliep. Dat kwam deels doordat mensen door die stress negatiever gingen kijken naar de gewone, dagelijkse dingen in hun relatie.8
Je kunt het grofweg testen met een goede week weg. Komt het gevoel voor je partner een beetje terug op vakantie, of als een zwaar project op je werk eindelijk af is? Dan is dat een teken dat stress een deel van het probleem is. Dat is goed om te weten voordat je iets over de relatie zelf beslist.
Er zit je nog iets dwars
Soms is de liefde niet zomaar verdwenen. Er is iets gebeurd: een gebroken belofte, een opmerking die nooit is teruggenomen, jaren waarin jij thuis meer deed dan je deel, die ene keer dat je de ander nodig had en die er niet was. Wrok kondigt zich zelden aan. Meestal merk je het aan afstand, aan geen zin hebben om aangeraakt te worden, aan een toonloos “prima”.
Een Amerikaanse onderzoeker interviewde acht mensen die niet meer verliefd waren op hun man of vrouw. Ze beschreven een langzaam afglijden, geen plotselinge val, en onderweg verloren ze vertrouwen, nabijheid en het gevoel dat er van ze gehouden werd. Ieder van hen kon het moment noemen waarop ze wisten dat het weg was.9 Met acht mensen weet je niet hoe vaak dit voorkomt. Maar in hun verhalen sleet de liefde langzaam weg, samen met het vertrouwen en de nabijheid. Ze was niet van de ene op de andere dag op.
Herken je dit, dan los je het waarschijnlijk niet op met alleen nieuwe dingen en avondjes uit. De pijn moet uitgesproken worden: één keer, gewoon en duidelijk, zonder een hele lijst van alles wat de ander verder ooit heeft gedaan.
Je denkt dat het voorgoed weg is
Sommige liefdes houden op, en geen onderzoek kan je vertellen of dat bij jou zo is. Wel is bekend dat een dip rond tien jaar samen vaak voorkomt, en dat de tevredenheid daarna gemiddeld weer stijgt.3 Zware stress van buitenaf kan ook je kijk op je huwelijk somberder maken.8 En mensen die na meer dan tien jaar huwelijk nog intens verliefd zijn, hebben vaak bepaalde gewoontes gemeen.1
Heb je het eerlijk geprobeerd, de stress aangepakt, het moeilijke gezegd, en voel je nog steeds niets? Dan zegt dat ook iets. Blijven en weggaan zijn allebei keuzes die volwassenen maken, en geen van beide maakt je een slecht mens.
Passie gaat over, vriendschap groeit? Niet altijd
Onderzoekers gingen er lang van uit dat passie vrij snel slijt, terwijl de warme, vriendschappelijke liefde gelijk blijft of zelfs groeit. Eén team testte dat bij 53 pasgetrouwde stellen, die kort na de bruiloft en een jaar later werden geïnterviewd, en bij 240 vrouwen van 50 en ouder die al heel lang getrouwd waren, meestal zo’n 33 jaar.
In beide groepen sleet de liefde met de tijd, en tot verrassing van de onderzoekers sleet de vriendschappelijke kant ongeveer net zo hard als de hartstochtelijke.10 Ook de vertrouwde kant van een lange relatie heeft dus onderhoud nodig.
Hoe begin je erover?
“Ik denk dat ik niet meer verliefd op je ben” is een van de moeilijkste zinnen om te horen, en vaak is het gesprek daarmee meteen voorbij in plaats van dat het begint. Je hoeft niet het hele antwoord al te weten voordat je iets zegt.
- Kies een rustig moment zonder haast, niet vlak na een ruzie.
- Begin bij wat je mist. “Ik mis hoe we vroeger samen konden lachen” geeft de ander iets om ja op te zeggen.
- Zeg wat je bij jezelf merkt, niet wat de ander fout doet. “Ik voel me al maanden vlak, en ik weet zelf niet goed waarom” is eerlijk zonder dat het een beschuldiging wordt.
- Is er oude pijn, noem die dan één keer, en houd het bij dat ene ding.
- Vraag hoe het voor de ander is geweest. Misschien voelde je partner de afstand ook en wachtte die tot een van jullie erover begon.
- Sluit af met één concreet plan voor de komende twee weken, iets wat jullie allebei nog nooit hebben gedaan.
Wat je de komende maand kunt proberen
- Plan vier weken lang elke week iets nieuws van ongeveer anderhalf uur. Kies om de beurt.
- Reageer op de kleine dingen. Laat je partner je iets zien op de telefoon of vertelt die over de dag, kijk dan op en stel een vraag terug.
- Raak elkaar vaker aan, zonder dat het ergens toe hoeft te leiden: een hand op de rug, dichter bij elkaar op de bank zitten.
- Kijk naar je stemming in je hele leven, niet alleen thuis. Voelt bijna alles vlak, pak dat dan eerst aan.
- Let erop wanneer je aan je partner denkt als jullie niet samen zijn, en wat je dan denkt. Zulke gedachten hadden de mensen die in de Amerikaanse enquêtes na lange tijd nog verliefd waren, met elkaar gemeen.
Bronnen (10)
- O’Leary, K. D., Acevedo, B. P., Aron, A., Huddy, L., en Mashek, D. (2012). Is long-term love more than a rare phenomenon? If so, what are its correlates? Social Psychological and Personality Science, 3(2), 241-249. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Acevedo, B. P., en Aron, A. (2009). Does a long-term relationship kill romantic love? Review of General Psychology, 13(1), 59-65. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Bühler, J. L., Krauss, S., en Orth, U. (2021). Development of relationship satisfaction across the life span: a systematic review and meta-analysis. Psychological Bulletin, 147(10), 1012-1053. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Aron, A., Norman, C. C., Aron, E. N., McKenna, C., en Heyman, R. E. (2000). Couples’ shared participation in novel and arousing activities and experienced relationship quality. Journal of Personality and Social Psychology, 78(2), 273-284. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Coulter, K., en Malouff, J. M. (2013). Effects of an intervention designed to enhance romantic relationship excitement: a randomized-control trial. Couple and Family Psychology: Research and Practice, 2(1), 34-44. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Driver, J. L., en Gottman, J. M. (2004). Daily marital interactions and positive affect during marital conflict among newlywed couples. Family Process, 43(3), 301-314. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- NHS. Symptoms: depression in adults. Website van de NHS. www.nhs.uk Terug naar de tekst
- Neff, L. A., en Karney, B. R. (2004). How does context affect intimate relationships? Linking external stress and cognitive processes within marriage. Personality and Social Psychology Bulletin, 30(2), 134-148. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Sailor, J. L. (2013). A phenomenological study of falling out of romantic love. The Qualitative Report, 18(19), 1-22. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Hatfield, E., Pillemer, J. T., O’Brien, M. U., en Le, Y. L. (2008). The endurance of love: passionate and companionate love in newlywed and long-term marriages. Interpersona, 2(1), 35-64. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
Over deze bronnen. De cijfers uit bron 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10 komen uit de gepubliceerde samenvattingen; de meeste volledige artikelen staan achter een betaalmuur. De signalen van depressie komen van de pagina van de NHS.







