Waarom zeg je steeds ja terwijl je nee bedoelt?
Zeg je steeds ja terwijl je nee bedoelt? Ongeveer 3 op de 4 mensen namen weleens een uitnodiging aan waar ze geen zin in hadden. Zo zeg je vaker nee.
Kort gezegd
Zeg je vaak ja terwijl je nee bedoelt? Veel mensen doen dat, omdat een nee voelt als een risico voor je plek bij anderen. Wie een uitnodiging afslaat, denkt dat de ander bozer wordt dan die echt wordt. Nee zeggen kun je oefenen, en dat begin je het best klein.

Je telefoon gaat: je moeder. Ze is nog niet uitgepraat over donderdag of je hoort jezelf al “ja hoor” zeggen. Na het ophangen staat het appje aan je partner nog open, met “Leuk!” en een hartje. Op je bureau ligt de presentatie van je collega, waar je eerder die ochtend al ja op zei. Bij alle drie had je eigenlijk nee willen zeggen.
Al sinds de jaren negentig bestuderen onderzoekers mensen die zich zo sterk op anderen richten dat ze zichzelf vergeten. Zorgen voor een ander is op zich gezond. Het wordt pas een probleem als er voor jezelf niets meer overblijft.1 Bij wie het zo ver gaat, hangt het gevoel van eigenwaarde vaak af van wat anderen vinden. Zulke mensen zorgen ook slechter voor zichzelf en zitten vaker niet lekker in hun vel.2
Misschien ken je ook het Engelse woord “fawning”. In gewoon Nederlands: meebuigen om de lieve vrede, jezelf veilig houden door te doen wat een ander wil. Het woord komt van een Amerikaanse therapeut, Pete Walker. Hij beschreef het in 2003 in een artikel voor collega’s, op basis van wat hij bij zijn eigen cliënten zag.3 Een herkenbaar beeld, maar er is nog weinig onderzoek naar gedaan.4
Een gewone dag waarop je zeven keer ja zegt

Op je werk
Je zet net je koffie neer als je collega naast je bureau staat. “Wil jij even naar mijn presentatie kijken? Hij moet voor de lunch weg.” Jouw eigen deadline is een paar uur later. “Tuurlijk, geen probleem.”
Je collega loopt opgelucht terug naar haar plek, en jij voelt je even onmisbaar. ’s Avonds, als de rest van de afdeling allang naar huis is, zit jij nog aan het werk dat ’s middags al af moest.
Een appje van je partner
“Zaterdag lunchen bij mijn ouders?” Je had zaterdag eindelijk niks gepland, en dat was nou juist het plan. Je typt “Leuk!” met een hartje erachter.
Waarom gaat dat zo snel? Psycholoog Mark Leary vergelijkt je gevoel van eigenwaarde met een meter. Volgens hem reageert die meter vooral op hoe anderen over je denken. Merk je dat iemand je minder waardeert, dan zakt hij, en dan ga je eerder dingen doen waarmee je weer in de smaak valt.5, 6
Je moeder belt
“Kun jij donderdag oma naar het ziekenhuis rijden? Je broer kan niet.” Donderdagmiddag is je enige vrije middag van de week, en je had met een vriendin afgesproken. “Ja hoor, geen probleem.” Terwijl je moeder nog vertelt hoe laat oma klaar moet staan, app je je vriendin al dat het niet doorgaat.
Op dat moment voelt een nee tegen je moeder als een klein risico voor jullie band. Erbij willen horen is een van de sterkste behoeftes die mensen hebben. We willen vaak en prettig contact met de mensen met wie we een vaste band hebben, en we laten zo’n band niet graag los.7

De groepsapp
Iemand stelt voor om vrijdag een escaperoom te doen, 35 euro per persoon. Binnen een minuut staan er vijf duimpjes onder. Jij vindt escaperooms vreselijk. Je zet het zesde duimpje.
Buiten de groep vallen komt harder binnen dan je zou denken. In een bekend experiment speelden bijna 1.500 mensen online een simpel overgooispelletje. Ze dachten dat ze met twee anderen speelden, maar die werden bestuurd door de computer. Toch voelden mensen die de bal bijna niet kregen zich rot en buitengesloten. In een vervolgproef gingen buitengesloten mensen daarna vaker mee met de groep.8 Later zetten onderzoekers 120 van zulke balspelletjes op een rij, met samen bijna 12.000 mensen. Telkens voelden de mensen die buiten de groep vielen zich daar slechter door, hoe oud ze ook waren en uit welk land ze ook kwamen.9
Je hoeft een groep dus niet lang te kennen om mee te willen buigen. Een paar minuten genegeerd worden door onbekenden was genoeg om je rot te voelen en daarna vaker met de groep mee te gaan.8
In een kledingwinkel
Je loopt in je lunchpauze even een winkel binnen. De verkoper zoekt een kwartier met je naar de goede maat. Deze broek zit net niet. Te strak bij je middel, te lang bij je enkels. “Zal ik hem even voor je afrekenen?” vraagt hij. “Ja, doe maar.” Zeventig euro.
Zo hoef je niet met lege handen langs hem de deur uit. Thuis verdwijnt de broek achter in je kast, met het kaartje er nog aan.
Nee zeggen is voor bijna iedereen ongemakkelijk, ook tegen een vreemde. In een reeks onderzoeken vroegen deelnemers samen meer dan 14.000 onbekenden om iets. Vooraf dachten ze dat veel minder mensen ja zouden zeggen dan er uiteindelijk ja zeiden.10 Grofweg: waar 10 mensen ja zeggen, verwacht wie het vraagt er ongeveer 5. Ze vergaten hoe lastig een nee is voor degene die het moet zeggen.11
Een vriendin vraagt om hulp
“Help je zondag mee verhuizen? Ik zorg voor pizza!” Je zaterdag is al weg. Toch zeg je ja. En dit keer knijpt je maag niet samen terwijl je het typt.
Maandag heb je er een zere rug van, maar je hebt dan ook een dag gehad met iemand die je graag ziet, met pizza op een stapel dozen.
Na een kleine afwijzing worden mensen vaak juist vriendelijker en behulpzamer, waarschijnlijk om er weer bij te horen.12 Van buiten zie je dus niet of iemand ja zegt uit angst of omdat die het graag doet.
Nog één bericht
“Ben je nog wakker? Mag ik je even bellen?” Het is die vriend die belt als het slecht met hem gaat, en zelden vraagt hoe het met jou gaat. Je ogen prikken van de slaap. “Ja hoor, bel maar.”
Je was bang dat hij zich door jou in de steek gelaten zou voelen als je nee zei. Dat gebeurt vannacht dus niet. Jij begint morgen wel met veel te weinig slaap. Wie anderen steeds voor laat gaan tot er van henzelf weinig overblijft, kijkt vaak somberder naar zichzelf en heeft meer last van spanning.2
Waarom stoppen lastig blijft
Kijk nog eens hoe die dag verliep. Op het moment zelf voelde elk ja prettig. Je collega liep opgelucht weg, je moeder hing tevreden op en in de groepsapp ging het gesprek gewoon verder. Die opluchting kwam binnen een paar seconden.
De rekening kwam pas later. Diezelfde avond zat je nog laat op kantoor. Donderdagmiddag zit je in de wachtkamer van het ziekenhuis terwijl je bij je vriendin had willen zijn. Vrijdag sta je in een escaperoom en zaterdag zit je aan een lunch waar je geen zin in had. Omdat er dagen tussen het ja en die momenten zitten, voelt het niet alsof het een met het ander te maken heeft. En dus zeg je de volgende keer weer net zo snel ja. Waar dat snelle ja bij jou ooit begon, weet niemand precies: het onderzoek laat zien wat vaak samen voorkomt, niet wat de oorzaak is.2
Hoe boos wordt de ander als je nee zegt?
Ongeveer 3 op de 4 mensen namen weleens een uitnodiging aan waar ze geen zin in hadden, omdat ze bang waren voor wat een nee zou doen.13
Dezelfde onderzoekers testten daarna in vijf experimenten met samen meer dan 2.000 mensen hoe het afloopt. Wie een uitnodiging afslaat, denkt dat de ander bozer wordt dan die in werkelijkheid wordt. Je bent ook bang dat de ander denkt dat je niets om hem geeft, en dat je nooit meer gevraagd wordt. In alle drie de gevallen valt het mee. Dat komt deels doordat je verwacht dat de ander vooral blijft hangen bij het nee zelf. Voor de ander telt de reden die je erbij geeft ook mee. Ook bij stellen die al jaren samen waren, zat die inschatting ernaast.13
Eén kanttekening: het ging om gewone, leuke uitnodigingen, zoals een etentje of een dagje weg. De reden om af te zeggen was dat mensen liever thuis uitrustten. Over een bruiloft zegt dit onderzoek niets.13 Maar die escaperoom van vrijdag lijkt sterk op de uitnodigingen uit dat onderzoek.
Je eerste nee kun je het best in de groepsapp geven
Probeer het eerst in de groepsapp, voordat je het bij je moeder of je collega doet. Juist bij dit soort kleine, leuke uitnodigingen bleek de ander veel minder zwaar te tillen aan een nee dan je verwacht.13 En valt je nee toch slecht, dan is het ergste dat er gebeurt een paar minuten stilte in de app. Bij een nee tegen je collega of je moeder voelt er veel meer op het spel te staan.
Zorg ook dat je zin al klaarligt, zodat je hem op het moment zelf niet hoeft te bedenken. In twee onderzoeken met samen ruim 500 deelnemers voelden mensen zich vrijer om te kiezen als ze een kant-en-klare zin kregen om nee te zeggen. Dat werkte beter dan alleen horen dat nee mocht. En met zo’n zin op zak voelde ook een ja meer als een eigen keuze.14
Een paar zinnen om te lenen:
- “Leuk dat je aan me denkt! Deze keer sla ik over. Veel plezier.”
- “Ik help je graag, maar zondag kan ik alleen ’s ochtends.”
- “Ik laat het je vanavond weten.” Daarmee win je tijd om rustig te bedenken wat je zelf wilt.
- “Ik ben nu te moe voor een goed gesprek. Kan het morgen in de lunchpauze?”
Kies er één en stuur hem in de groepsapp. Grote kans dat er “oké, volgende keer!” terugkomt en dat het gesprek gewoon doorgaat over iets anders.
Bronnen (14)
- Helgeson, V. S. en Fritz, H. L. (1998). A theory of unmitigated communion. Personality and Social Psychology Review, 2(3), 173-183. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Fritz, H. L. en Helgeson, V. S. (1998). Distinctions of unmitigated communion from communion: self-neglect and overinvolvement with others. Journal of Personality and Social Psychology, 75(1), 121-140. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Walker, P. (2003). Codependency, trauma and the fawn response. The East Bay Therapist, januari/februari 2003. www.pete-walker.com Terug naar de tekst
- Woolard, A. (2023, 6 juli). What is fawning? How is it related to trauma and the fight or flight response? The Conversation. theconversation.com Terug naar de tekst
- Leary, M. R. (1999). Making sense of self-esteem. Current Directions in Psychological Science, 8(1), 32-35. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Leary, M. R. en Baumeister, R. F. (2000). The nature and function of self-esteem: sociometer theory. Advances in Experimental Social Psychology, 32, 1-62. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Baumeister, R. F. en Leary, M. R. (1995). The need to belong: desire for interpersonal attachments as a fundamental human motivation. Psychological Bulletin, 117(3), 497-529. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Williams, K. D., Cheung, C. K. en Choi, W. (2000). Cyberostracism: effects of being ignored over the Internet. Journal of Personality and Social Psychology, 79(5), 748-762. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Hartgerink, C. H. J., van Beest, I., Wicherts, J. M. en Williams, K. D. (2015). The ordinal effects of ostracism: a meta-analysis of 120 Cyberball studies. PLoS One, 10(5), e0127002. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Flynn, F. J. en Lake, V. K. B. (2008). If you need help, just ask: underestimating compliance with direct requests for help. Journal of Personality and Social Psychology, 95(1), 128-143. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Bohns, V. K. (2016). (Mis)understanding our influence over others: a review of the underestimation-of-compliance effect. Current Directions in Psychological Science, 25(2), 119-123. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Williams, K. D. (2007). Ostracism. Annual Review of Psychology, 58, 425-452. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Givi, J. en Kirk, C. P. (2024). Saying no: the negative ramifications from invitation declines are less severe than we think. Journal of Personality and Social Psychology, 126(6), 1103-1115. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
- Schlund, R., Sommers, R. en Bohns, V. K. (2024). Giving people the words to say no leads them to feel freer to say yes. Scientific Reports, 14, 576. Lees het onderzoek Terug naar de tekst






