Mind the Signs Zoeken Menu

Ben ik een narcist?

Iemand noemde je midden in een ruzie een narcist, en sindsdien kijk je anders naar jezelf. Waar de stoornis om draait, en waar je bij jezelf op kunt letten.

Bijgewerkt op 26 oktober 2026, 7 min. leestijd.

Kort gezegd

Waarschijnlijk niet. De stoornis is zeldzaam: ongeveer 1 op de 80 volwassenen. En één ruzie zegt weinig. Wie echt veel met zichzelf bezig is, geeft dat meestal gewoon toe als je het recht op de man af vraagt. Je eigen eerlijke antwoord telt dus mee, en dat van iemand die je al jaren kent ook.

Een groep vrienden wandelt in de avondzon over een boulevard aan zee

De ruzie is voorbij, of in elk geval stil. Het was de derde grote deze maand, en hij eindigde met één zin: “Jij bent echt zo’n narcist.” Nu lig je in bed naast iemand die slaapt, of doet alsof, en tik je met je duim de woorden in die al uren door je hoofd gaan: ben ik een narcist?

Waarschijnlijk niet. De stoornis is zeldzaam, en één ruzie zegt weinig. Je hoort ook vaak dat echte narcisten nooit aan zichzelf twijfelen. Dat klopt niet helemaal: wie veel narcistische trekken heeft, geeft dat vaak gewoon toe als je het recht op de man af vraagt.1

Onderzoekers deden precies dat. Ze vroegen duizenden volwassenen hoe goed de zin “Ik ben een narcist” bij ze past, van 1 (past niet echt bij mij) tot 7 (past heel goed bij mij). Erbij stond wat het woord betekent: zelfingenomen, met jezelf bezig, ijdel. Wie zichzelf een hoog cijfer gaf, scoorde ook hoog op de lange vragenlijsten die onderzoekers normaal gebruiken.1

In een grote groep gewone volwassenen: hoeveel kozen de allerlaagste stap, ‘past niet echt bij mij’?

Doe eerst een gok.

Hoe dan ook zegt je eigen eerlijke antwoord wel iets. En dat je over het woord piekert, bewijst niet dat het niet bij je past: wie zichzelf hoog gaf, was ook niet zorgeloos. Die mensen voelden zich vaker beschaamd, schuldig of bang dan anderen.1

Ben ik de narcist, of ben ik het slachtoffer?

Dat kan allebei tegelijk waar zijn. In een relatie waarin het al maanden misgaat, kunnen twee mensen elkaar allebei pijn doen. Wie het hardst roept, is niet vanzelf de dader. Wie het woord narcist als eerste gebruikt, is niet vanzelf het slachtoffer.

Wie veel narcistische trekken heeft, wordt gemiddeld wel vaker agressief, vooral vlak nadat hij zich gekrenkt of bekritiseerd voelt. Het verband is klein: het zegt niet wat één bepaald iemand gaat doen.2 Hoe dan ook blijft een partner die ontploft bij kritiek verantwoordelijk voor wat hij dan zegt en doet. Jij ook, als jij die partner bent.

Wil je weten wat er bij jullie speelt? Schrijf op hoe de laatste drie ruzies afliepen: wie als eerste sorry zei, wie bijdraaide, en of een van jullie later moest boeten voor zijn boosheid.

Wie kan ik dit beter vragen dan een online test?

Twee of drie mensen die je al jaren kennen, en die niet bang zijn om het oneens met je te zijn.

Dat werkt beter dan je zou denken. Mensen met veel narcistische trekken weten meestal best dat anderen minder positief over hen denken dan zijzelf, en dat hun sterke eerste indruk na een tijdje wegzakt. Ze noemen zichzelf zelfs zonder moeite arrogant. Wat ze wel doen, is het wegpraten: de ander is jaloers, of snapt het niet. Dat laatste vermoeden de onderzoekers; gemeten hebben ze het niet.3

Kies mensen die je op je werk, met vrienden en thuis hebben meegemaakt, en laat degene met wie je net ruzie had erbuiten. Vraag niet “ben ik een narcist?”, want dan krijg je geruststelling of een aanval. Vraag iets wat je kunt nagaan: “Wanneer heb je het idee dat ik niet echt luister?” Of: “Wat doe ik als ik ongelijk krijg?” Dan komt het moeilijkste deel: tien seconden niets terugzeggen. Merk je dat je meteen uitlegt waarom die ander het mis heeft? Dat is precies het wegpraten.

Ben ik een narcist of gewoon onzeker?

Vaak vooral onzeker. Het ene woord dekt namelijk twee heel verschillende dingen. De eerste soort is luid en zeker van zichzelf, zoals de collega die elke vergadering overneemt. De tweede is stil, prikkelbaar en snel gekwetst: iemand die zich steeds tekortgedaan voelt en dat anderen kwalijk neemt. Allebei maken ze het de mensen om hen heen moeilijk, maar verder lijken ze weinig op elkaar.

De stille soort blijkt vooral gewone persoonlijkheid te zijn: veel piekeren en snel van slag zijn, met daarbij een beetje lastig in de omgang.4 Wat overblijft, is vooral wantrouwen en een stil gevoel dat je bijzonder bent. Daar mag je eerlijk naar kijken, ook als de zenuwen de rest verklaren.

Herken je vooral de honger naar bevestiging, en de pijn als die uitblijft? De zelfbeeldtest kijkt naar hoe je in het algemeen over jezelf denkt. Dat is een andere vraag dan narcisme.

Een rieten mand vol oude zwart-witfoto's
Drie ruzies in een maand kunnen voelen als een patroon. Een stoornis is een patroon dat jaren duurt.

Hoe zeldzaam is de stoornis?

Zeldzaam: ongeveer 1 op de 80 volwassenen, als je onderzoeken uit westerse landen samen neemt, waaronder een paar uit Europa.5 Het woord valt dus veel vaker dan de stoornis voorkomt.

Voor de diagnose zoekt een psychiater naar een patroon dat al jaren bestaat, in werk, vriendschap en liefde, en dat iemand zelf of de mensen om hem heen echt last bezorgt. Zo’n patroon zie je niet in drie ruzies.

Van elke 80 volwassenen heeft er ongeveer één de stoornis.6

Is er een test die laat zien of ik een narcist ben?

Geen online test kan zeggen of je de stoornis hebt. Daarvoor moet een deskundige je vragen stellen, liefst over jaren van je leven. Een test laat alleen zien waar je staat op de gewone eigenschap, vergeleken met anderen. En hij zegt alleen iets over wie hem invult, nooit over je partner, je moeder of je ex.

Wat je invult, is ook deels hoe je wilt overkomen: mensen die graag een goede indruk maken, geven zichzelf lagere scores.1 En het meeste wat hierover bekend is, komt van Amerikaanse studenten en volwassenen die online vragenlijsten invulden, niet van mensen met de stoornis.

Wil je toch eerst zelf iets invullen? De test in vier delen over hoe egoïstisch je bent duurt zo’n 7 minuten. Hij kijkt apart naar mensen naar de mond praten, regels oprekken, meer willen hebben en gezien willen worden, want jezelf voorop zetten kan op meer dan één manier.

Kan een narcist veranderen?

De gewone eigenschap wordt met de jaren meestal zwakker. In een groep Amerikaanse studenten die van hun 18e tot hun 41e werd gevolgd, werd de groep als geheel duidelijk minder met zichzelf bezig, en het gevoel recht te hebben op een speciale behandeling zakte het meest. Wie op zijn 18e hoger zat dan zijn jaargenoten, bleef meestal iets hoger, maar iedereen was gezakt.6

Bij mensen met onrustige, wisselende relaties zakte de ijdelheid minder, al weet niemand wat oorzaak en wat gevolg is. Het ging om gewone studenten, dus het zegt niets over de behandeling van de stoornis. Wel laat het zien dat zo’n eigenschap kan veranderen.6

Waarom noemt iemand mij een narcist?

Soms omdat een deel ervan klopt. Vaak omdat het in een ruzie die slecht loopt een van de scherpste woorden is die je kunt pakken.

Als iemand het tegen jou zegt, kan het van alles betekenen: “je luistert nooit”, “ik kom altijd op de tweede plaats” of “ik weet niet hoe ik deze ruzie anders win”. Dat zijn heel verschillende klachten. Je mag vragen welke er bedoeld wordt, liefst als jullie allebei rustig zijn. Klopt er iets van, dan doet dat pijn, maar dan weet je wel waar je aan kunt werken.

Ligt het woord bij jou zelf op de tong? Zeg dan wat er gebeurde, bijvoorbeeld: “Je lachte me uit waar je vrienden bij waren.” Daar kan de ander iets mee: sorry zeggen, uitleggen wat er bedoeld was, of vertellen dat het anders is blijven hangen. Probeer het met één moment van de afgelopen week, wat er gebeurde en hoe dat voelde, en kijk of het gesprek een andere kant op gaat.

Bronnen (6)

  1. Konrath, S., Meier, B. P., en Bushman, B. J. (2014). Development and validation of the Single Item Narcissism Scale (SINS). PLoS One, 9(8), e103469. journals.plos.org Terug naar de tekst
  2. Kjaervik, S. L., en Bushman, B. J. (2021). The link between narcissism and aggression: A meta-analytic review. Psychological Bulletin, 147(5), 477-503. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
  3. Carlson, E. N., Vazire, S., en Oltmanns, T. F. (2011). You probably think this paper’s about you: narcissists’ perceptions of their personality and reputation. Journal of Personality and Social Psychology, 101(1), 185-201. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
  4. Miller, J. D., Lynam, D. R., Vize, C., Crowe, M., Sleep, C., Maples-Keller, J. L., Few, L. R., en Campbell, W. K. (2018). Vulnerable narcissism is (mostly) a disorder of neuroticism. Journal of Personality, 86(2), 186-199. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
  5. Volkert, J., Gablonski, T. C., en Rabung, S. (2018). Prevalence of personality disorders in the general adult population in Western countries: systematic review and meta-analysis. British Journal of Psychiatry, 213(6), 709-715. Lees het onderzoek Terug naar de tekst
  6. Wetzel, E., Grijalva, E., Robins, R. W., en Roberts, B. W. (2020). You’re still so vain: Changes in narcissism from young adulthood to middle age. Journal of Personality and Social Psychology, 119(2), 479-496. Lees het onderzoek Terug naar de tekst

Wat zei iemand die je goed kent, toen je eerlijk vroeg hoe jij je gedraagt als je ruzie hebt?

Forum: Relaties. Bekijk op het forum

Anoniem, onder een naam die je zelf kiest

Geen wachtwoord nodig. Openbaar zodra je je e-mailadres bevestigt en wij even hebben gekeken. Door te plaatsen ga je akkoord met onze privacyvoorwaarden.

Sluiten

Onderwerpen

Zoeken

Sluiten

Onderwerpen

Taal

Sluiten

Deze pagina in